Per 01 januari 2001 zullen er enige aanzienlijke wijzigingen in de Binnenschepenwet worden doorgevoerd, die ook voor de bezitters van pleziervaartuigen met een Klein Vaarbewijs gevolgen hebben.
Deze wetswijziging
is een gevolg van de harmonisatie van de nationale vaarbewijzen binnen de
Europese Gemeenschap, is gepubliceerd in het Staatsblad 2000 nr. 142 en zal per
01 januari 2001 in werking treden.
Wijzigingen
De belangrijkste wijziging is de term 'bedrijfsmatig'.
De nieuwe definitie is als volgt: 'bedrijfsmatig': in uitoefening
van een beroep of bedrijf of tegen vergoeding. Let hier op de term 'of tegen vergoeding'. Hierbij wordt niet alleen bedoeld een vergoeding zoals gebruikelijk is in de beroepsmatige sfeer, maar ook een vergoeding in de trant van een onkostenvergoeding, een contributie of sponsorgelden. Iedere vorm van vergoeding, onkostendekkend of niet, valt onder de nieuwe regeling!Wat heeft deze wijziging tot gevolg? De term bedrijfsmatig bepaalt wie er een
Groot Vaarbewijs moet hebben, maar ook of een schip onder de keuring van Register Holland of de Scheepvaartinspectie valt.In artikel 16 van de BSW is bepaald wie een Groot- of Kleinvaarbewijs dienen te hebben.
Met betrekking tot de 'bedrijfsmatige vaart' geldt nu, dat u een Groot Vaarbewijs dient te hebben indien u vaart met:
een schip met een lengte van 20 meter of meer, dat bedrijfsmatig
een schip, dat wordt gebruikt of is bestemd voor het bedrijfsmatig
een schip, dat wordt gebruikt om een schip met een lengte van 20
Met een Klein Vaarbewijs kan worden volstaan indien u vaart met:
een schip met een lengte tussen de 15 en 20 meter, dat bedrijfsmatig
een sleep- of duwboot. (indien geen feitelijke sleep- of duw dienst aan een schip van meer dan 20 mtr. wordt verricht.)
Praktisch betekent deze wijziging dat:
Een pleziervaartuig langer dan 20 meter in het bezit van een vereniging of stichting die het schip beheert en middels sponsorgelden of contributies o.i.d. het schip in de vaart houdt, valt onder de nieuwe term bedrijfsmatig. Maar ook wanneer u met uw pleziervaartuig, langer dan 20 meter, voor het verzamelen van gelden voor een (willekeurig)goed doel vaart. Voorheen voldeed in deze gevallen het Klein Vaarbewijs.
U in bovenstaande gevallen met ingang van het komende jaar nu in het bezit dient te zijn van een Groot Vaarbewijs.
Ook de geldigheid van het vaarbewijs wordt veranderd. Was het
Groot- en het Klein Vaarbewijs geldig tot de 65-jarige leeftijd, voor het Groot Vaarbewijs wordt dit gewijzigd naar de 50-jarige leeftijd.Na de 50-jarige leeftijd moet iedere 5 jaar een medische keuring
plaatsvinden om de geldigheid van het Groot Vaarbewijs te verlengen.Na de 65-jarige leeftijd moet het Groot Vaarbewijs ieder jaar
verlengd worden middels een medische keuring.Voor het Klein Vaarbewijs geldt de oude regeling, tot 65 jaar, waarna
iedere 3 jaar een medische keuring plaatsvindt om de geldigheid te kunnen verlengen.Behalve m.b.t. het vaarbewijs heeft de term 'bedrijfsmatig' ook invloed
op het al dan niet hebben van een certificaat van onderzoek (CVO). Zeilschepen krijgen een certificaat na de goedkeuring van Register Holland, motorschepen krijgen het CVO na keuring door de Scheepvaartinspectie.Daarnaast dient u bij het bedrijfsmatig gebruik vanuit de Zuiderzeehavens een aparte vaarvergunning te hebben.
De volledige tekst van de wijziging BSW kunt u vinden in het Staatsblad
2000 nr 142. Informatie over de vaarvergunning voor de Zuiderzeehavens kunt u krijgen bij BBZ, informatie over het certificaat van onderzoek bij Register Holland en/of Scheepvaartinspectie.Informatie over Groot en Klein Vaarbewijs kunt u krijgen bij de KNMC Tel. 030-6039935 e-mail info@knmc.nl of Expertisebureau Bos, fax: 0251-244320 of e-mail: h.bos@kader.hobby.nl