In 1996 overleed de sportieve zakenman Edgar Doncker. Een aanzienlijk
vermogen liet hij na aan de Stichting Edgar Doncker Fonds, om activiteiten te
bevorderen ten behoeve van natuurbehoud, kindergeneeskunde en de Nederlandse
cultuur.
Dit gebeurt onder andere door jaarlijks een prijs toe te kennen aan een project
in één van de drie aandachtsgebieden. De geldbedragen van f 50.000,-
vrij besteedbaar en f 250.000,- voor een door de prijswinnaar in overleg
met de jury en bestuur aan te wijzen bestemming, zijn bedoeld om persoonlijke
initiatieven te belonen en voor de lange termijn betekenisvolle projecten verder
te helpen.
In het jaar 2000 werd de Cultuurprijs toegekend aan een "varend
erfgoed" project.
De prijswinnaar werd bekend gemaakt op 10 november 2000 tijdens de Klassieke
Schepenbeurs te Spakenburg.
De ligging van Nederland aan grote rivieren en aan zee zorgt voor de grote betekenis van het water in economie en politiek. De rijzende zeespiegel speelt al 7000 jaar een rol. De bewoners verdedigden zich ooit tegen overstromingen door terpen op te werpen, later door polders in te dijken en stromen te geleiden. De aldus vergaarde ervaring heeft onze waterhuishouding de best bestierde ter wereld gemaakt en Nederlandse baggeraars geholpen de wereldwaterbouw markt te domineren.
Het water leverde ook directer voordeel: al in de prehistorie bouwden de inwoners van de Lage Landen eenvoudige boomstamkano’s om met jagen, vissen en transport in hun onderhoud te voorzien. Schepen werden steeds groter, complexer en zeewaardiger. In de Romeinse tijd was er geregeld scheepvaartverkeer met Engeland; vanaf de 7de eeuw legden Friese zeehandelaren de basis voor de grote rol die de Nederlandse zeehandel in de internationale politiek van de 17de eeuw zou spelen. In deze Gouden Eeuw leverde het Nederlands stelsel van trekvaarten en beurtdiensten ’s wereld eerste efficiënte openbaar vervoerssysteem. In het aangezicht van files en luchtvervuiling beleeft transport over water thans een come back.
Anno 2000 produceert ons maritiem bedrijfsleven jaarlijks ruim f 45 miljard en vinden bijna 200.000 mensen er een baan.. Water speelt een belangrijke rol in ons collectief geheugen. De meeste Nederlandse kinderen hebben al drie zwemdiploma’s vóór ze kunnen lezen en schrijven. Voor huizen aan het water betalen we grif 20% meer. Een slordige 300.000 Nederlanders hebben een boot .‘Wat vaerende is vermeerdt, wordt aldus vaerende verteerdt’ luidt de spreuk onder een 17de eeuwse prent van een ‘speeljacht’.
De belangrijke rol van het water in onze economische geschiedenis heeft de maritieme historie steeds een belangrijke plaats in de Nederlandse geschiedvorsing bezorgd. Na de Tweede Wereldoorlog werden historici daarbij geholpen door een symbiose van waterbouw en archeologie: in de IJsselmeerpolders konden unieke middeleeuwse en jongere scheepsresten zo uit het weiland worden gegraven. Ons land telt meer dan 30 musea met in hoofdzaak maritieme collecties, en vele tientallen met belangrijke scheepvaartkundige deelcollecties.
Opvallende getuigen van de plaats die het varend verleden inneemt in Nederlands collectieve geheugen zijn de meer dan 2000 historische schepen (d.w.z. gebouwd vóór 1940 en met erkende cultuurhistorische waarde) die zijn behouden en in de vaart worden gehouden, hoofdzakelijk door particuliere eigenaren. Nergens ter wereld kan men bogen op een vergelijkbare inspanning voor behoud van het varend erfgoed. Van april tot oktober gaat er anno 2000 bijna geen weekend in Nederland voorbij zonder dat ergens in het land een maritiem evenement plaatsvindt waarbij varende monumenten een rol spelen, en museumhavens rijzen als paddestoelen uit de grond. De grote belangstelling voor periodes uit de geschiedenis waaruit geen originele schepen bewaard zijn gebleven, heeft gestimuleerd tot de reconstructie van onder andere een kogge en enkele Oost-Indiëvaarders. Het publiek ervaart traditionele schepen als de meest aansprekende vorm waarin het maritiem verleden tastbaar wordt.
De Stichting Edgar Doncker Fonds stelt zich onder meer ten doel het bevorderen van activiteiten op het gebied van de Nederlandse cultuur. Het past in deze achtergrond van historisch belang en relevantie voor het heden, dat de Stichting heeft besloten om de cultuurprijs in 2000 te bestemmen voor een persoon die zich bijzonder verdienstelijk heeft gemaakt voor het behoud van Nederlands varend erfgoed. De prijs bestaat uit een bedrag van fl. 50.000,- vrij besteedbaar en een bedrag van fl. 250.000,- voor een door de prijswinnaar in overleg met de jury en het bestuur vast te stellen bestemming. Deze prijs voor cultuurbehoud is uitdrukkelijk en uitsluitend bestemd voor individuele personen die door hun initiatief, inzet en enthousiasme een bijdrage leveren aan het behoud van het varend erfgoed in Nederland. Hun project moet daarbij een voorbeeld zijn voor anderen, een duurzaam karakter hebben en van originaliteit getuigen.
Door het bestuur van de Stichting Edgar Doncker Fonds is voor de Cultuurprijs 2000 een jury benoemd welke bestaat uit:
Peter Middeldorp, voorzitter
Prof. dr Maarten van Rossem, historicus
Drs Ileen Montijn, historica en publiciste
Thedo Fruithof, oud-conservator Rijksmuseum Zuiderzeemuseum en producent van maritieme evenementen en producties.
Drs Henk Dessens, hoofd collecties van het Nederlands Scheepvaartmuseum Amsterdam
Hans Vandersmissen, maritiem schrijver en journalist
De jury ontving in totaal 42 schriftelijke voordrachten voor de prijs, en besloot om vijf personen te nomineren.
De genomineerden voor de Edgar Doncker Prijs 2000
Mr Pieter Blussé van Oud-Alblas, Rotterdam
De naam van Pieter Blussé van Oud-Alblas is onlosmakelijk verbonden met de Oude Haven in Rotterdam en grote restauratieprojecten als de driemastschoener Oosterschelde, de blusboot Jan van der Heyden en de stevenaak Helena. Blussé manifesteerde zich bij deze projecten vooral als gedreven organisator, stimulator en propagandist voor complexe projecten. Blussé was tot voor kort werkzaam als advocaat te Rotterdam en deed de genoemde projecten geheel belangeloos en in eigen tijd. De grote museumhaven annex werfcomplex ‘Oude Haven-Scheepshelling Koningspoort’ in Rotterdam –de eerste museumhaven in Nederland- stond eind jaren 1980 voor grote infrastructurele en technische vernieuwingen, met het oog op milieu en veiligheid. Deze vernieuwingen kwamen onder voorzitterschap van Blussé tot stand, met steun van fondsen en sponsors. Hij richtte zich op het ‘trekken’ van drie grote scheepsrestauratieprojecten die te groot waren voor zuiver particulier initiatief, maar wel werden uitgevoerd met de liefde en passie van een particulier voor zijn of haar oude schip. Het meest recente voorbeeld is het project-in-uitvoering van de totale restauratie van de uit 1878 daterende stevenaak Helena in Rotterdam.
Cees Dekker, Obdam
Cees Dekker is sinds de jaren 1980 belangeloos actief in de Vereniging Botterbehoud en de Federatie Oud-Nederlandse Vaartuigen. Hij raakte betrokken bij behoudsorganisaties via zijn eigen restauratieproject, de botter BU 9. Bestuurlijk werk vergt doorzettingsvermogen als het doel ver weg is en belangen tegengesteld lijken. Dat geldt zeker voor het onder één paraplu bijeen brengen –en houden- van 12 behoudsorganisaties van hoofdzakelijk particuliere eigenaren van historische schepen. Lange-termijnvisie, tact, inlevings- en doorzettingsvermogen zijn essentiële eigenschappen. Een van de belangrijkste strategische doelen van de FONV is het tot stand brengen van een zo compleet mogelijk register van historische vaartuigen in Nederland. Het Register is een cruciaal instrument voor de historische waardebepaling van het Nederlands varend erfgoed. Dit Register, waarin inmiddels bijna 2.000 schepen zijn ingeschreven kan nu al een belangrijke rol spelen bij beleidsvorming en –uitvoering van overheden, instellingen en bedrijfsleven ten aanzien van de bescherming van het varend erfgoed. Het ontwikkelen van breed gedragen criteria die vergelijking tussen de zo verschillende categorieën van vaartuigen mogelijk maken, was een van de grootste uitdagingen bij de realisatie van het Register. Dekker heeft hierin een onmisbare rol gespeeld, niet alleen door zijn visie maar ook door zijn volharding in de uitvoering. Dankzij zijn bereidheid jarenlang dit ‘monnikenwerk in de schaduw’ op zich te nemen, is het Register een succes geworden. Een nieuwe door hem aangepakte monnikenklus is de FONV-website. Vrijwel dagelijks houdt hij deze nauwgezet bij en verzorgt het nieuws over de aangesloten verenigingen en aanverwante onderwerpen.
Ir Reid de Jong, Workum
Het bewaren van het varend erfgoed op zichzelf is ‘leeg’ als dit erfgoed geen actieve rol meer zou kunnen spelen in de maatschappij van nu. De Jong, in de wereld van de traditionele zeilvaart beter bekend als ‘Reid’, heeft zich ruim 30 jaar lang zeer verdienstelijk gemaakt om het varend erfgoed een maatschappelijk relevante functie te geven.
Nieuwe functies bedenken is één, maar niet iedereen is in staat ze ook te realiseren. Hiervoor zijn visie en vermogen tot enthousiasmeren nodig en over beide heeft Reid aangetoond in overvloed te beschikken. Op unieke wijze slaagt de genomineerde er steeds in projecten op te zetten, daarbij vanaf het begin mensen te betrekken die alle ruimte krijgen om het geïnitieerde project verder te verwerkelijken, terwijl hij nochtans de vinger aan de pols van verdere ontwikkelingen pleegt te houden. Voortdurend heeft hij geprobeerd mensen te enthousiasmeren om als positief ervaren oude gewoonten en vaardigheden te behouden. Zijn charisma is daarbij een belangrijke stimulans om van de aangepakte projecten een succes te maken. Vooral bekend zijn geworden: de Workumer Visserijdagen, de Strontrace, de Beurtrace en een jaarlijks kwalitatief zeer hoogstaand internationaal shantyfestival. Ronduit visionair was zijn initiatief voor de oprichting van de Belangenvereniging van Beroepszeilschippers (BBZ), in een tijd dat de chartervaart met traditionele zeilschepen nog aan de vooravond stond van professionele belangenbehartiging en erkenning van het beroep van zeilschipper. Minder bekend, maar niet minder verdienstelijk, waren zijn inspanningen tot behoud van een van de oudste scheepmakerijen van Nederland, de oude werf van Zwolsman in zijn woonplaats Workum.
Gerrit Zomer, Vlissingen
Navigeren in goed betond vaarwater is vele malen gemakkelijker dan in ongekarteerde zeeën. Zeeloods Gerrit Zomer begon blijmoedig aan dat laatste, met zijn inspanningen tot redding van het –tot voor 10 jaar goeddeels verwaarloosde- Zeeuws maritiem erfgoed. Hij nam in 1990 het initiatief tot oprichting van de Stichting Behoud Hoogaars, toen in feite niet meer resteerde dan één in min of meer originele staat in de vaart gehouden Arnemuidense hoogaars, een aantal inheems Zeeuwse jachten en enkele ‘in originele staat’ verkerende wrakken. Zomer heeft zich steeds beijverd het maritiem erfgoed te reanimeren in de cultuurhistorische context van de Zeeuwse delta, waarin schelpdiercultures, garnalenvisserij en het ongewis bestaan in een door getij en wind beheerst milieu de dominerende elementen waren. Hij heeft zich in zijn belangeloze pioniersrol steeds zeer bescheiden opgesteld en vanaf het begin medestanders, inclusief overheden, betrokken bij zijn activiteiten. Het resultaat van de door Zomer op gang gebrachte beweging is onder andere een vloot van 37 geregistreerde hengsten en hoogaarzen. De stichting bezit zelf twee gerestaureerde visserman hoogaarzen, een houten hoogaarsjacht en een gerestaureerde hengst. Deze schepen worden onder andere ingezet voor educatieve projecten met scholen in Zeeland, die een belangrijke deelactiviteit van de Stichting vormen. Sinds 1994 is ook de traditioneel Zeeuwse Van Loon Hardzeildag in ere hersteld, naast meerdere activiteiten per jaar waarin historische Zeeuwse schepen centraal staan. Dit is, in 10 jaar tijd, een respectabel resultaat van Zomers initiatief en volharding.
Willem Vos, Lelystad
Evenals bij genomineerde Reid de Jong speelt bij Willem Vos charisma een grote rol bij het aanwakkeren van enthousiasme, het vergaren van kennis van het varend verleden en het vinden van een moderne maatschappelijke betekenis voor projecten. Vos heeft zich uitzonderlijk verdienstelijk gemaakt voor het herontdekken van kennis en vaardigheden op het gebied van het varend erfgoed, waarvan voorbeelden op ware grootte vrijwel geheel zijn verdwenen: de scheepsbouw van de 17de eeuw. Ook Vos gaat het niet alleen om de schepen. Hij heeft instellingen en mensen uit alle maatschappelijke lagen bij elkaar gebracht, mensen met zeer uiteenlopende belangstellingen, achtergronden, kwaliteiten en talenten. Met name moet worden genoemd zijn vermogen om jongeren letterlijk en figuurlijk van gereedschap te voorzien waarmee zij zich in de maatschappij van nu kunnen redden, velen daarvan zelfs zeer succesvol. Nieuwe projecten zoals de bouw van de Kamper Kogge, de Romeinse schepen in het Archeon en de bouw van het Utrechts Statenjacht zijn opgezet door oud-leerlingen van Vos. Ook vele anderen startten na hun leertijd bij Vos hun eigen bedrijf. Hij deed miljoenen Nederlanders beseffen dat het heden van Nederland niet goed kan worden begrepen zonder kennis van het varend verleden. Vos leverde hiermee een bijdrage aan het nationaal besef van Nederlanders van nu, in een periode van ongekend snelle economische, technische en maatschappelijke vernieuwing. Vermeld moet worden dat genomineerde in staat is gebleken om in het beginstadium van zijn project, als bijna een eenling, te blijven geloven in zijn doel en mensen te overtuigen. Vos oogstte hiervoor terecht reeds veel aandacht en lof.