| Nederland heeft een unieke vloot historische vaartuigen met een enorme
verscheidenheid aan scheepstypen. Dat dit maritieme erfgoed behouden is gebleven
is te danken aan een groot aantal, meest particuliere eigenaren die veel tijd en
geld hebben besteed om deze schepen te behouden. |
Hanzelijn |
Het behoud van deze cultuurhistorische monumenten wordt, in tegenstelling tot monumentale gebouwen als kerken en molens, niet van overheidswege ondersteund.
|
De Federatie Oud Nederlandse Vaartuigen streeft, samen met de behoudsorganisaties, naar verbetering van faciliteiten voor het behoud van alle historische vaartuigen. Zij beperkt zich hierbij niet tot faciliteiten voor de schepen die al "Varend Monument®" zijn. Juist de schepen die in restauratie zijn of er nog mee moeten beginnen vormen een belangrijke groep waarvoor verbetering van faciliteiten een extra stimulans vormen. |
|
Het Nationaal Register Varende Monumenten geeft informatie over de schepen
waarvoor faciliteiten gevraagd worden en is dus een belangrijk hulpmiddel in de
gesprekken met overheden en andere instanties.
Hoe meer schepen in het register, hoe beter onze onderhandelingspositie. Dus
meldt u aan!
De FONV is bezig met: trajectnota
Hanzelijn, rode olie, ligplaatsen,
vaarbelasting, status sleepboten,
sloopregeling, milieu-eisen.
Trajectnota MER Hanzelijn: Vaste brug over Drontermeer
Door de FONV is formeel bezwaar aangetekend tegen de plannen in de Trajectnota/MER Hanzelijn om een vaste oeververbinding over het Drontermeer, nabij de Roggebotsluizen, te realiseren.
Met de aan te leggen Hanzelijn wordt een treinverbinding tussen Lelystad en Zwolle gerealiseerd. Bij de kruising van de Hanzelijn over het Drontermeer is in de plannen een vaste brug opgenomen met een hoogtebeperking voor de scheepvaart van 12 of 15 meter.
Deze hoogtebeperking betekent dat de randmeren geheel worden afgesloten voor grotere schepen met een staande mast. Nu kunnen deze schepen dit gebied nog bereiken via het opengaande deel van de Ketelbrug. De zuidelijke toegang tot de randmeren is reeds afgesloten door de Hollandse brug met een hoogte beperking van 12,70 meter.
Rode Olie
In 1993 werd door het kabinet besloten dat
pleziervaartuigen niet meer op rode dieselolie mochten varen.
De FONV is daarop een overleg gestart met het Ministerie van Financiën om
vrijstelling van deze maatregel te krijgen voor historische schepen.
Februari 1997 kreeg de FONV bericht van het ministerie: "Schepen die zijn
ingeschreven in het Nationaal Register Varende Monumenten als Varend Monument®
(blauwe pas) werden uitgezonderd van het begrip pleziervaartuigen zodat voor
deze schepen laagbelaste dieselolie mag worden ingenomen".
Voorwaarde was dat de schepen zich bij iedere vaarbeweging moesten melden bij de
douane. Ook waren Historische Casco's (grijze pas) uitgesloten van deze
regeling.
Dit was reden voor de FONV om in maart '97 opnieuw te gaan praten met het
ministerie en met de douane met als resultaat dat het ministerie met een nieuw
voorstel zou komen.
In het Handboek Accijns van de douane werd per 1 juli het artikel 4.1.5
"Varende Monumenten" opgenomen waarin schepen, ingeschreven in het
Nationaal Register Varende Monumenten in de categorieën A en B (blauwe pas)
laagbelaste olie in de brandstoftank mochten hebben. In dit artikel werd niet
meer gesproken over de meldplicht voor het varen met rode olie.
Door het Ministerie van Financiën werd het "rode olie" voorstel voor advies aan de Europese Commissie gestuurd.
In afwachting van het antwoord van de EC was met de douane een gedoog situatie
afgesproken waarbij het varende monumenten met een "blauwe pas" was toestaan gebruik te maken van laagbelaste dieselolie.
In het najaar 2001 kwam bericht uit Brussel dat de Europese Commissie het
niet eens was met het Nederlandse voorstel om historische schepen te laten varen
op laagbelaste dieselolie.
Door de FONV werd daarop contact opgenomen met de Dienst Belastingen die
"rode olie" in haar portefeuille heeft.
Deze dienst bericht dat zij het standpunt van de Europese
Commissie niet volgen. Zij erkennen de problematiek van het varen met
monumentale schepen en hebben de beleidsruimte om in Nederland een eigen koers
te varen.
Het artikel 4.1.5. in het Handboek Accijns betreffende varende monumenten en het
varen op laagbelaste diesel is niet gewijzigd en blijft dus van kracht.
Zie ook Handboek Accijns
Het advies van de FONV:
Heeft u een geldige "blauwe pas" en wordt
u toch bekeurd wegens gebruik van rode olie, betaal dan niet en laat de
zaak voorkomen.
Controleer wel of uw blauwe pas nog geldig is; de vervaldatum mag niet
verstreken zijn en de tenaamstelling van de pas moet juist zijn.
Als de gegevens op uw pas niet juist zijn of als de vervaldatum is
verstreken, neem dan contact op met het Bureau
FONV
De FONV en de behoudsorganisaties stimuleren en adviseren gemeentelijke en provinciale overheden bij het plannen, het tot stand komen en inrichten van ligplaatsen voor historische schepen.
In Amsterdam
is sinds februari 1996 een nieuwe ligplaatsverordening van kracht. Historische
schepen die ligplaats willen nemen binnen de grenzen van Amsterdam kunnen
ontheffing aanvragen en worden dan door de "Commissie Historische
Schepen" beoordeeld.
Historische schepen die ingeschreven zijn in het Nationaal Register Varende
Monumenten komen in principe in aanmerking voor ontheffing en hoeven bij de
aanvraag niet opnieuw beoordeeld de worden.
In Rotterdam
krijgt de stichting Openlucht Binnenvaartmuseum meer water in beheer waarin de
stichting oude schepen ligplaats wil bieden.
Dit seizoen mogen schepen die kunnen aantonen dat ze zijn ingeschreven in het
Nationaal Register Varende Monumenten een passanten ligplaats krijgen.
Zijn alle faciliteiten aangebracht dan is er een voorstel om ingeschreven
schepen in het Register reductie te geven op zowel vaste als
passanten-ligplaatsen.
Door de provinciale staten van Zeeland is ondersteuning door de FONV gevraagd bij het opstellen van een groslijst van schepen die een relatie hebben met Zeeland en het opstellen van een beleid voor het Zeeuws Varend Erfgoed.
Binnen het Watersportberaad heeft de FONV, samen met andere
watersportorganisaties plannen rond een doelbelasting kenbaar gemaakt waarbij de
opbrengst ten goede komt aan de watersport.
De FONV heeft aangegeven dat, als de vaarbelasting er komt, een beroep zal
worden gedaan op faciliteiten voor het varend erfgoed.
Wettelijk gezien zijn sleepboten, ongeacht of ze als
pleziervaartuig worden gebruikt, 'grote' schepen. Met alle gevolgen van dien
voor wat betreft uitrusting, vaarbewijzen, enz..
De FONV en de behoudsorganisaties streven naar ontheffing van de onnodig
verzwarende regelgeving.
Schepen die uit de beroepsvaart komen moeten, om de Europese sloopregeling te kunnen incasseren, daadwerkelijk worden gesloopt. Voor wie een dergelijk schip, indien het waarde heeft als varend monument®, wil kopen is zo'n schip onbetaalbaar. In incidentele gevallen is het onder voorwaarden toegestaan een dergelijk schip uit de vaart te nemen en niet te slopen. Een voorbeeld hiervan is de Rijnklipper "Rival" uit 1879 die gelukkig kon worden behouden.
De FONV streeft naar nadere formalisering om het behoud
van de werkelijk varende monumenten mogelijk te maken.
Ook de aanscherping van verschillende milieueisen vormen
voor verschillende typen Varende Monumenten grote problemen, zoals het verbod op
het gebruik van teerhoudende producten. Het regenwater opgevangen in een open
schip als bijvoorbeeld een botter zal veelal als vervuild water worden
beschouwd. Het mogelijk moeten inbouwen van vuilwatertanks zal voor vele
scheepstypen, behorende tot het varend erfgoed, het authentieke karakter kunnen
aantasten en grote scheepsbouwkundige problemen opleveren.
De FONV zal voor al deze problemen, al of niet via het Watersportberaad, met de
diverse overheden tot een consensus moeten komen.