naar de vorige pagina

Procedure Man Over Boord

naar de startpagina van Botterbehoud


Detectie:

Redding:

Toelichting op de Procedure man over boord

 

Inleiding:

Bij het werken aan boord van een schip of aan de waterkant bestaat er een risico van te water raken. Dit risico is kleiner dan wel groter naar mate de omstandigheden wijzigen. Denk hierbij aan een stilliggend schip wat vertrekt van de kant of een varend schip, maar ook aan de weersgesteldheid, dag of nacht.

Bij alle dekwerkzaamheden bestaat de kans van struikelen en uitglijden en voor men er erg in heeft ligt men buiten boord.

 

Risico’s:

De risico’s die zich voordoen bij het overboord vallen zijn kans op onderkoeling (hypothermie) en/of verdrinking of om te worden overvaren door het eigen of een ander schip.

 

Hoe de risico’s te voorkomen, te verkleinen en te bestrijden:

Bij duisternis kan, voor het zoeken naar de drenkeling gebruik worden gemaakt van een zoeklicht. Gebruik een reddingboei met licht als eerste reddingshandeling/detectie.

Indien te water: niet zwemmen en gebruik de HELP houding.

 

Opsomming van de middelen:  
  

Reddingsboeien:

Aan boord zijn meerdere reddingsboeien aanwezig, met of zonder lijn.

Om de reddingsboei is een reddingslijn bevestigd, waaraan een drenkeling zich gemakkelijk kan vast houden. Hiermee kunnen meerdere drenkelingen tegelijk gebruik maken van de boei.

Reddingsboeien kunnen worden gebruikt bij het noodverlaten maar zijn tevens bedoeld om te worden gebruikt als er iemand in het water valt. 
Mocht men het schip moeten verlaten dan kunnen reddingsboeien een belangrijke rol spelen bij het redden van mensen die te water zijn gevallen en die het reddingsvlot niet meer kunnen bereiken. Daarom is het aan te raden om ten tijde van het verlaten zoveel mogelijk reddingsboeien te water te gooien.  Gebruik de boei door beide handen op de voorkant van de boei te plaatsen en deze vervolgens naar beneden te drukken waarna de boei over het hoofd kan worden gedaan. Steek de armen door de boei heen en wacht op hulp. Beweeg zo min mogelijk hetgeen warmteverlies vermindert.

Wanneer je een boei naar iemand toe gooit, zorg er dan voor dat hij erbij kan.

 

Reddingsvesten:

Tot de vaste uitrusting van het schip behoren meerdere goedgekeurde (opblaas)reddingsvesten. 
Het zijn erg belangrijke veiligheidsmiddelen aan boord en moeten tijdens werkzaamheden aan dek altijd worden gedragen.

De luchtkamer(s) van opblaasreddingsvesten kunnen op drie manieren worden gevuld:

Opblaasvesten zijn bijzonder geschikt voor mensen die werkzaamheden verrichten aan dek. Ze hinderen de gebruiker niet tijdens zijn werkzaamheden en worden automatisch opgeblazen tot een volwaardig vest wanneer de drager in het water valt.

Gebruik de reddingsvesten als volgt:

LET OP:  
IEDEREEN IS ZELF VERANTWOORDELIJK VOOR DE GOEDE WERKING VAN HET REDDINGSVEST  

Overlevingspakken:

Let op:  Een overlevingspak keert een bewusteloze drenkeling niet op zijn rug.

Daarom : ook met een overlevingspak aan, tevens een goedgekeurd reddingsvest dragen.

Gebruik het overlevingspak als volgt:

Brancard.

Dit middel kan gebruikt worden bij het bergen van een drenkeling. Vooral in geval van een onderkoelde drenkeling is dit een geschikt middel om een persoon horizontaal uit het water te halen.

 

Zwemmen:

Zonder overlevingspak of reddingsvest krijgt een drenkeling te maken met twee grote gevaren, namelijk  hypothermie en verdrinking. Door te zwemmen wordt het warmteverlies vergroot en de overlevingstijd verkort. Zwemmen is dus niet de meest ideale methode, omdat het veel energie van de spieren vraagt. Blijf dus passief en maak gebruik van het drijfvermogen van het lichaam, van het reddingsvest en/of het overlevingspak. Bescherm de ademhalingswegen in zware weersomstandigheden door beide handen als een kom voor de mond te plaatsen.

 

Hypothermie:

Schakel bij een onderkoeld slachtoffer altijd deskundige hulp in !!!  

Het warmteverlies ten gevolge van de aanwezigheid in koud water is vele malen groter dan de warmte die het lichaam kan produceren. De symptomen van onderkoeling zullen daardoor snel merkbaar zijn.

We spreken van hypothermie of onderkoeling, als de kerntemperatuur van het lichaam is gezakt beneden de 35 graden Celsius. Het lichaam probeert het afkoelen te beperken door meer warmte te produceren en de warmteafgifte tegen te gaan door het opvoeren van de stofwisseling en te gaan rillen, huiveren en klappertanden.

In onderstaand schema zijn de verschijnselen bij verschillende lichaamstemperaturen uiteengezet.

 

Lichaamstemperatuur   Verschijnselen bij onderkoeling  
37° C   Toename van de stofwisseling (rillen)  
35° C   Desoriëntatie, verlaagde hartslag en verwardheid  
33° C   Spierstijfheid, grote pupillen en verwardheid, rillen en huiveren is   gestopt, krampen, onsamenhangend spreken  
31° C   Geen peesreflexen meer, het slachtoffer kan bewusteloos raken door onvoldoende zuurstoftoevoer 
29° C  

Bewusteloos, geen reactie op pijnprikkels, hartstilstand.

Iedere bewusteloze of schijndode waarbij de verdenking bestaat op hypothermie dient gereanimeerd en deskundig opgewarmd te worden.

Grens tussen leven en dood.  

27° C   De dood kan intreden, geen reanimatie meer mogelijk  


  

Overlevingstijden

Dit onderstaande schema laat zien hoe de verhouding ligt tussen de verblijfsduur in uren in het water in relatie tot de watertemperatuur:

   

Watertemperatuur     Geschatte overlevingstijd in het water  
0° C     ongeveer 9 minuten  
5° C     ongeveer 1 uur  
10° C     ongeveer 1 uur en 45 minuten  
15° C     ongeveer 6 uur en 30 minuten  
20° C     ongeveer 30 uur  
25° C     ongeveer 4 dagen of langer 

   

Wanneer men bijvoorbeeld de gemiddelde watertemperatuur van ca. 16° C 's zomers en 5-6° C 's winters neemt is de kans op onderkoeling bij te water raken reëel. Een zekere spreiding van overlevingstijd kan worden veroorzaakt door o.a.: dikte onderhuidse vetlaag, lichaamsbouw, gebruik alcohol of medicijnen, kleding, geslacht, windsnelheid, lichamelijke en geestelijke conditie.

Dat veel onderkoelinggevallen fataal aflopen, is helaas een feit.

Mensen raken in paniek, hebben onvoldoende kennis van de gevaren en denken dat alleen zwemmen uitkomst kan brengen.

Onderkoeling is dan fataal, terwijl ze misschien een overlevingskans hadden als ze energie en warmte hadden gespaard en rustig de redders hadden afgewacht in de HELP-houding.

Om de bloedtoevoer naar een zeer belangrijk menselijke orgaan, de hersenen, zo optimaal mogelijk te laten plaatsvinden  is het van het grootste belang dat de berging van een onderkoelde drenkeling in horizontale positie wordt uitgevoerd. Het is daarna van even groot belang dat de drenkeling in horizontale positie blijft en wordt gehouden.

 

In afwachting van deskundige hulp en vervoer naar een ziekenhuis is het raadzaam om natte kledij niet te verwijderen, maar het slachtoffer in een wollen deken met daaromheen een aluminium reddingsdeken (isolatie) te wikkelen. 
Een reddingsdeken moet aanwezig zijn in de EHBO kist..

   

Verder mag de drenkeling tijdens het vervoer naar de wal en in afwachting van deskundige hulp nooit alleen worden gelaten. Het slachtoffer niet laten bewegen, dit kan een plotse hartstilstand veroorzaken. Geen oppervlakkige opwarming toepassen; hierdoor stroomt het bloed naar de extremiteiten, weg van de vitale organen.

 

Controleer de ademhaling. Indien de ademhaling afwezig is, start kustmatige ademhaling nadat de mond vrijgemaakt is van wier, modder, braaksel, voorwerpen, etc.

 

Controleer de hartfunctie. Doe dit door gedurende 1 minuut de hartslag te voelen ter hoogte van de halsslagader. Bij onderkoelde personen kan de hartslag extreem vertraagd zijn. Indien de hartslag afwezig is, start hartmassage (15 x hartmassage afgewisseld met 2 beademingen).

 

Indien het slachtoffer bij bewustzijn en aanspreekbaar is, dien dan warme, liefst gesuikerde dranken toe. 
Nooit alcoholhoudende drank toedienen
.

 

Verspil geen tijd met water uit de longen van een drenkeling te laten lopen, dit heeft geen zin.  Start zo snel mogelijk met de reanimatie.

 

Een persoon is pas overleden als hij warm en dood is (= 37° C).

Reanimeer steeds tot een normale lichaamstemperatuur bereikt is.